De 10% - analyse

Om de prestaties van renners uit verschillende generaties met elkaar te vergelijken, maak ik gebruik van de 10% - analyse.

Deze analyse heb ik toegepast op de prestaties in tijdritten en slotbeklimmingen en uiteraard ook op het eindklassement van de Tour.

De winnaar van een tijdrit of van de Tour, of de renner die de snelste slotbeklimming reed, wordt telkens vergeleken met zijn 10% sterkste tegenstanders. Renners zoals Bartali en Coppi, uit de eerste naoorlogse generatie, worden op die manier vergeleken met hooguit 5 à 10 concurrenten, terwijl de hedendaagse toppers vergeleken worden met 15 à 20 tegenstanders.

Hierdoor wordt rekening gehouden met het feit dat het profpeloton in de loop der jaren groter, mondialer is geworden en dat het moderne peloton een bredere toplaag vertoont.

 

De rangschikkingen gebaseerd op de 10% - analyse bevatten dan ook een evenwichtige mix tussen renners uit het oude, pre-mondiale wielrennen en de renners uit het moderne tijdperk. Er is immers geen enkele reden om aan te nemen dat de kampioenen van weleer betere renners waren dan de hedendaagse toppers.